Voorwoord
1. Onze 10 veiligheidsgedragsregels
2. Bij wie kan ik terecht?
3. Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM’s)
4. Keuring arbeidsmiddelen.
5. Voorlichting, Instructie en Opleiding
6. Wat kun je zelf doen?
7. Risicobeheersing
8. Inspecties en audits
9. In gesprek over veiligheid
10. Veilig Unica App
11. Risico’s
Beste collega,
Een prettige werkomgeving waarin je efficiënt je werk kunt doen is natuurlijk fijn. Maar het allerbelangrijkst is dat jij iedere dag weer veilig en gezond thuiskomt.
Veiligheid is voor Unica dan ook prioriteit nummer één. We werken daar permanent aan door samen bewust bezig te zijn met veiligheid, zowel bij onze klanten als op kantoor. Of je nu in de buitendienst werkt, in de werkvoorbereiding of op een van onze kantoren: iedereen binnen Unica heeft een rol om eraan bij te dragen dat we onze werkzaamheden zo veilig mogelijk uitvoeren.
Dit veiligheidsboekje beschrijft hoe we binnen Unica samen veilig en gezond werken. We vertellen je waar je terecht kan en geven een toelichting op de belangrijkste punten van ons veiligheidsbeleid. Een belangrijk onderdeel hiervan is onze Veilig Unica app waarin veel informatie samenkomt en meldingen gemaakt kunnen worden.
Veilig werken is geen momentopname. We vinden het belangrijk dat we met elkaar het gesprek blijven aangaan over veiligheid en gezondheid. We hebben bij onze werkzaamheden immers te maken met telkens veranderende omstandigheden en andere betrokkenen, dus behalve de instructies is ook het veiligheidsgedrag van groot belang. We roepen je dan ook op om samen met jouw collega’s in gesprek te blijven over veiligheid, zodat we het veiligheidsbewustzijn binnen Unica permanent hoog houden.
Wij zien graag dat je proactief het gesprek aangaat over veiligheid en gezondheid. Alleen samen maken we onze werkplek veilig en gezond. Zo verminderen we gevaarlijke situaties en incidenten en de impact die dat op onze collega’s heeft.
Op een veilige en gezonde werkdag!
Jilko Andringa
CEO
Unica Groep
Om een veilige, gezonde en prettige werkomgeving te bereiken is het nodig dat we met elkaar alle veiligheidsgedragsregels toepassen.
We spreken elkaar aan op onveilig gedrag en accepteren feedback
We doen altijd een LMRA voordat we de werkzaamheden starten
We nemen direct actie bij een onveilige situatie en melden dit
We bereiden ons werk goed voor en inventariseren de risico’s
We zorgen voor een ergonomische werkplek, op kantoor en op locatie
We houden onze werkplek schoon, opgeruimd en veilig
We werken alleen aan veiliggestelde installaties en apparatuur
We nemen maatregelen tegen vallen van hoogte
We houden ons aan de verkeersregels en passen de rijstijl aan op weer en verkeer
We gebruiken de juiste en geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen
Werk altijd veilig en gezond door deze veiligheidsgedragsregels te volgen. Verder kun je altijd de volgende dingen doen om arbeidsomstandigheden te verbeteren:
Meld gevaarlijke situaties, bijna ongevallen en ongevallen.
Geef input over arbeidsomstandigheden binnen Unica
Spreek elkaar aan als er onveilig gewerkt wordt.
Geef ook een compliment als er veilig en gezond gewerkt wordt!
Bij het opzetten en uitvoeren van het veiligheidsbeleid van Unica zijn verschillende teams betrokken. In dit hoofdstuk stellen we ze kort aan je voor.
De QHSE-afdeling stelt samen met de directie van Unica het veiligheidsbeleid op en ziet toe op de uitvoering daarvan in de organisatie. Het team is verantwoordelijk voor het beleid ten aanzien van kwaliteit (Quality), gezondheid (Health), veiligheid (Safety) en milieu en duurzaamheid (Environment). Ook adviseert en ondersteunt de afdeling alle medewerkers van Unica om veilig en gezond te werken en zet interne programma’s op om de veiligheidscultuur binnen Unica te versterken. Samen met de organisatie evalueert QHSE ook de veiligheidsmaatregelen en zet het de daaruit voortkomende verbeterprogramma’s uit in de organisatie.
Om risico’s rondom veiligheid, gezondheid en mentale belasting te signaleren, heeft Unica preventiemedewerkers aangesteld. Zij ondersteunen bij de uitvoering van het veiligheidsbeleid in de organisatie. De taken van de preventiemedewerker zijn onder meer:
Helpen opstellen van de Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) en het bijbehorende plan van aanpak;
Ondersteunen bij het uitvoeren van het plan van aanpak en bewaken van de opvolging;
Uitvoeren van preventieve taken;
Adviseren van de directie;
Overleggen met en het terugkoppelen van acties aan het management en de ondernemingsraad (OR).
Op elke locatie van Unica zijn bedrijfshulpverleners (BHV’ers) aangesteld, die een BHV-opleiding hebben gevolgd om te ondersteunen bij calamiteiten. Dat kunnen gevaarlijke situaties zijn, of eerste hulp bij acute medische kwesties. Voor elke vestiging is er ook een bedrijfsnoodplan opgesteld. De BHV’ers zorgen ervoor dat het noodplan wordt gevolgd en actueel wordt gehouden. Door het BHV-team wordt regelmatig een oefening gehouden, bijvoorbeeld een ontruiming van een locatie om te toetsen of het noodplan goed werkt.
Ook op je werklocatie bij de klant of op een project zijn maatregelen genomen om de BHV te organiseren. Vraag ernaar als je voor het eerst op een nieuwe locatie komt, zodat jij weet wat je moet doen.
Wie te maken heeft met langdurige gezondheidsklachten, kan terecht bij de bedrijfsarts. Je krijgt daar in ieder geval mee te maken als je niet (volledig) kunt werken, vanwege ziekte, blessures of psychische klachten. Je hoeft de aard van jouw klachten niet aan te geven aan jouw leidinggevende, maar bij verzuimmeldingen gaat de bedrijfsarts beoordelen in hoeverre je arbeidsongeschikt bent. Je kunt ook zelfstandig contact opnemen met de bedrijfsarts, zonder tussenkomst van je leidinggevende, bijvoorbeeld als je algemene vragen hebt over jouw inzetbaarheid.
Bij werkzaamheden is er altijd een operationeel verantwoordelijke, die in die rol alle veiligheidszaken coördineert. De operationeel verantwoordelijke regelt onder meer:
VGM-voorlichting in de vorm van startwerkoverleg, project-specifieke instructie en toolboxmeetings;
de bewaking van de veiligheidsmaatregelen en -afspraken en naleving;
toezicht in de vorm van VGM-inspecties;
dat er geen onbevoegden op het project of de werkplek komen;
In de regel zijn de volgende functionarissen de operationeel verantwoordelijke:
De (hoofd)uitvoerder, chef- /leidinggevend monteur of montageleider op een project;
De beheertechnicus of contractbeheerder op een onderhoudslocatie;
De direct leidinggevende op een kantoorlocatie.
Om je werkzaamheden veilig te kunnen verrichten, stelt Unica diverse veiligheidsmiddelen ter beschikking.
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) is een verzamelnaam voor alle hulpmiddelen die je kunt gebruiken om jezelf te beschermen tegen veiligheidsrisico’s. PBM’s gebruik je daar waar andere mogelijkheden om je te beschermen tegen een gevaar niet voldoende zijn. De meest voorkomende PBM's zijn:
veiligheidshelm
veiligheidsschoenen
oogbescherming
gehoorbescherming
gezichtsbescherming
adembescherming
handbescherming
Welke beschermingsmiddelen je moet gebruiken, hangt af van de werkzaamheden die je verricht. Op basis van de beheersmaatregelen is voor de meeste risicovolle werkzaamheden een vaste set aan verplichte beschermingsmiddelen vastgesteld.
De PBM’s worden door Unica verstrekt en moeten volgens de voorschriften worden gebruikt. Alle medewerkers op project- en onderhoudslocaties zijn verplicht de PBM’s bij zich te hebben en te dragen tijdens hun werkzaamheden. Als er PBM’s ontbreken, beschadigd zijn of over datum zijn, dan meld je dat bij jouw leidinggevenden zodat je deze alsnog krijgt of ze worden vervangen.
Bij werkzaamheden gebruik je binnen Unica alleen geschikt en goedgekeurd materieel, onder andere elektrische arbeidsmiddelen, accu gereedschap en klimmaterieel. Al deze middelen worden periodiek gekeurd en zijn voorzien van een keuringssticker. Voor accu gereedschap geldt dat niet alleen de lader van de accu gekeurd moet worden maar dat ook het accu gereedschap periodiek visueel en functioneel gekeurd wordt. Voordat je start met de werkzaamheden, controleer je dus altijd van het te gebruiken materieel of de periodieke keuring gedaan is én of er sprake is van eventuele gebreken of beschadiging.
Als de vervaldatum van de keuring is verlopen óf als er sprake is van gebrek of beschadiging, mag het materieel niet meer gebruikt worden. Meld dit dan direct bij de lokale operationeel verantwoordelijke, die ervoor kan zorgen dat het materieel opnieuw wordt gekeurd, vervangen of verwijderd
Om het veiligheidsbeleid bij elke medewerker onder de aandacht te brengen, investeert Unica veel in voorlichting, instructies en opleiding.
Binnen Unica vinden wij het belangrijk dat elke medewerker regelmatig wordt geïnstrueerd op veiligheidsaspecten. Deze vorm van een veiligheidsinstructie wordt een toolbox meeting genoemd. Elke toolbox gaat over een specifiek veiligheidsthema en bevat naast algemene informatie ook concrete handvaten hoe je de veiligheidsinstructies in de praktijk kunt brengen. Naast de informatie in de toolbox vindt er bij de behandeling van de toolbox meestal ook een gesprek plaats tussen alle deelnemers. Daarin kan er gediscussieerd worden over de toepassing van de toolbox in de praktijk, waardoor de veiligheidscultuur verder wordt versterkt. Alle toolbox onderwerpen zijn te vinden in de Veilig Unica App.
Om je werkzaamheden goed en veilig te kunnen uitvoeren, moet je over de juiste specifieke vak- en veiligheidskennis beschikken. Alle medewerkers bij Unica zijn dan ook verplicht om de noodzakelijke trainingen en/of (bij)scholing op hun vakgebied te volgen, om werkzaamheden goed en veilig te kunnen uitvoeren.
Voor de operationele functies kent Unica onder meer de volgende verplichte opleidingen:
VCA (basis / VOL) 1 x per 10 jaar
Veilig werken met een hoogwerker 1 x per 5 jaar
Veilig werken met een rolsteiger 1 x per 5 jaar
NEN 3140 (VOP/VP/WV) 1 x per 3 jaar
Generieke Poortinstructie (GPI) 1 x per jaar
Om het veiligheidsbeleid in de praktijk te brengen, kun je zelf als volgt in actie komen.
Bij de start van je werkzaamheden is het belangrijk om altijd te controleren of je de werkzaamheden veilig en gezond kan uitvoeren. De LMRA helpt je daarbij. Het is een laatste check die je doet om zeker te stellen dat je veilig aan het werk kan.
Een LMRA voer je uit volgens een aantal vaste vragen die je jezelf stelt::
Weet ik wat ik moet doen?
Zijn alle veiligheidsvoorschriften aan mij uitgelegd?
Ken ik de gevaren van mijn opdracht?
Heb ik de juiste veiligheidsmiddelen (PBM’s)?
Heb ik het juiste gereedschap en materieel?
Is al mijn gereedschap en materieel gekeurd?
Heb ik er alles aan gedaan om de risico’s zo klein mogelijk te maken?
Als er toch iets fout gaat, weet ik dan wat ik moet doen?
Ben ik mentaal en fysiek fit genoeg om het werk uit te voeren?
Ga alleen aan het werk als je alle vragen met ‘JA’ kunt beantwoorden. Is dat niet zo? Overleg dan met je leidinggevende of en hoe je eventuele risico’s kunt wegnemen. De LMRA kan je in de Veilig Unica App uitvoeren en registreren.
Orde en netheid is een relatief begrip. Veel ongevallen worden veroorzaakt door rondslingerende materialen en rommelige werkplekken. Je kunt daardoor sneller vallen, of niet goed beoordelen of aan alle veiligheidsmaatregelen is voldaan.
Een veilige werkplek is dan ook een opgeruimde en nette werkplek. Dat geldt niet alleen voor de werklocatie, maar ook in de gemeenschappelijke ruimten zoals toiletten, was-, kleed- en schaftruimten. Binnen Unica gelden daarom de volgende voorschriften:
Vluchtwegen, nooduitgangen, brandbestrijdingsmiddelen, toegangswegen, doorgangen, uitgangen, trappen en toegangen tot schakelaars moeten altijd toegankelijk en vrij van obstakels zijn. Bij een calamiteit heeft men zo direct vrij toegang;
Gereedschap, materieel en materialen moeten aan het einde van de werkdag en na werkzaamheden correct worden opgeborgen;
Overbodige materialen moeten worden afgevoerd;
Afvalmateriaal moet worden opgeruimd;
Chemisch afval moet worden gescheiden van het overige (gescheiden) afval;
De werkvloer moet vrij zijn van gladmakers. Dat zijn bijvoorbeeld sneeuw, ijs, olie, vet en korrels;
Het is ten strengste verboden om materialen van een hoger gelegen werkplek naar beneden te gooien of te laten vallen;
Eet-, kleed- en waslokalen en de toiletten moeten schoon worden gehouden;
Hanteer een clean desk policy en zorg dat je bureau na je werkdag weer is opgeruimd.
Unica heeft de ambitie om de gezondste en veiligste werkgever te zijn. Om dit te bereiken hanteert Unica een systeem voor risicobeheersing om ongevallen en schadelijke gevolgen op langere termijn te voorkomen. De belangrijkste elementen van dit systeem staan hieronder beschreven.
Met de RI&E brengt Unica in kaart welke risico’s er in ons eigen bedrijf voorkomen. Zo kunnen we de juiste maatregelen treffen om deze risico’s te beperken. Onderdeel van de RI&E is het plan van aanpak. Hierin staat helder beschreven welke maatregelen er moeten worden uitgevoerd, op welke termijn en wie daarvoor verantwoordelijk is. Door het plan van aanpak uit te voeren maakt Unica het werk veiliger en gezonder voor ons allemaal.
Iedereen kan meewerken aan het opstellen van de RI&E. Dat kan door input te geven aan bijvoorbeeld de preventiemedewerker of de afdeling QHSE.
Voor de meeste werkzaamheden die op project- en contractlocaties van Unica plaatsvinden is een VGM-plan van toepassing. Hierin staat beschreven hoe we veilig met elkaar samenwerken in het kader van veiligheid, gezondheid en milieu (VGM). In het VGM-plan staan:
Alle risico’s op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu (VGM).
De beheersmaatregelen die getroffen worden voor een veilige en gezonde werkplek.
De gemaakte VGM-afspraken tussen de opdrachtgever, (hoofd)aannemer en onderaannemers.
De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verschillende personen die bij het project betrokken zijn.
Om de risico’s en beheersmaatregelen bij projecten en contracten inzichtelijk te maken gebruik je de applicatie VGM Risico Inventarisatie op het Unicanet.
Het VGM-plan wordt altijd besproken met de medewerkers die op de project- of contractlocatie werken. Dit doen we voordat werkzaamheden starten, zodat iedereen op de hoogte is van de afspraken en risico’s.
Als Unica de hoofdaannemer (coördinerende partij) is dan gelden er aanvullende eisen en verantwoordelijkheden. Neem in dat geval altijd contact op met de QHSE-afdeling voor maatwerk advies.
Voor kortdurende werkzaamheden is het niet noodzakelijk om een VGM-plan op te stellen. Wel is het belangrijk dat:
De belangrijkste risico’s bekend zijn en worden besproken met de medewerkers die het werk uitvoeren.
Huis- en noodregels van de opdrachtgever bekend zijn.
BHV georganiseerd is.
Op sommige werklocaties van opdrachtgevers is een werkvergunningssysteem van toepassing. Deze werkvergunningen zijn opgesteld conform de procedures van de klant. Zorg dat je als werkvergunninghouder altijd de vastgelegde afspraken op de werkvergunning naleeft.
Wanneer er sprake is van werkzaamheden waarbij een hoger veiligheidsrisico geldt, moet een Taak Risico Analyse (TRA) worden opgesteld. Hierbij wordt per taak beoordeeld welke risico’s van toepassing zijn op basis van een risicoweging (waarschijnlijkheid x blootstellingsduur x effect). Vervolgens worden maatregelen genomen om de risico’s te beperken en wordt het restrisico bepaald. Als het restrisico acceptabel is kunnen de werkzaamheden daarna worden uitgevoerd onder de voorwaarden zoals beschreven in de TRA.
Als werkzaamheden niet veilig uitgevoerd kunnen worden, moeten beheersmaatregelen getroffen worden. Deze beheersmaatregelen worden volgens de zogenaamde ‘Arbeidshygiënische strategie’ bepaald om de veiligheid en gezondheid van medewerkers en de impact op het milieu te beheersen. Je moet daarvoor de volgende stappen nemen.
Bronmaatregelen – De oorzaak van het probleem wegnemen.
Voorbeeld: schadelijke stof vervangen door een veiliger alternatief.
Collectieve maatregelen – Als het niet mogelijk is de oorzaak van het probleem weg te nemen, moeten er collectieve maatregelen genomen worden om de risico’s te verminderen.
Voorbeeld: het plaatsen van afscherming of een afzuiginstallatie.
Individuele maatregelen – Als collectieve maatregelen niet mogelijk zijn of ook (nog) geen afdoende oplossing bieden, moeten er individuele maatregelen genomen worden.
Voorbeeld: het werk zo organiseren dat werknemers minder risico lopen (taakroulatie).
Persoonlijke beschermingsmiddelen – Als de bovenste drie maatregelen geen of onvoldoende effect hebben, moeten er persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt.
Voorbeeld: Gehoorbescherming, adembescherming en veiligheidsbril.
Om te controleren of het veiligheids- en gezondheidsbeleid binnen Unica goed wordt toegepast, doen we doorlopend verschillende inspecties.
Elke operationeel verantwoordelijke doet periodiek een werkplekinspectie. De frequentie is afhankelijk van de omvang en de complexiteit van het project- of contractlocatie.
Het management doet periodiek een managementinspectie. Hierbij gaat het management in gesprek met de medewerkers om diverse veiligheids- en gezondheidspunten te bespreken.
Elke bedrijfswagen wordt minimaal één keer per jaar geïnspecteerd. Tijdens deze inspectie wordt er gekeken naar orde en netheid, gevaarlijke stoffen en wordt er een veiligheidsgesprek met de bestuurder gevoerd.
Ook worden er diverse interne- en externe audits en observaties gedaan, bijvoorbeeld in relatie tot VCA, de Safety Culture Ladder en ISO 45001.
Om het veiligheidsbewustzijn meetbaar te maken heeft Unica zich laten certificeren volgens de Safety Culture Ladder. Zo kunnen we gericht verbeteringen invoeren om een proactieve veiligheidscultuur te stimuleren. Steeds vaker zullen opdrachtgevers deze certificering als voorwaarden gaan eisen. Dit is afgesproken door alle ondertekenaars van de Governance Code Veiligheid in de Bouw waar Unica een van de initiatiefnemers van is.
Om een veilige en gezonde werkomgeving te creëren én behouden, is het belangrijk om met elkaar in gesprek te blijven over veiligheid en gezondheid.
Bespreek niet alleen zaken die beter kunnen, maar geef elkaar ook eens een compliment als de juiste veiligheidsmaatregelen worden genomen. Zo bevestigen we naar elkaar dat het werk veilig en gezond wordt uitgevoerd en stimuleren we om het werk de volgende keer opnieuw op een veilige manier uit te voeren.
Als zich situaties voordoen waarin er veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan, verwachten we dat collega’s elkaar helpen om veiliger te werken. We stimuleren het dus om elkaar aan te spreken op onveilig en ongezond gedrag. Dit doen we op twee manieren:
We reflecteren met elkaar door naar de situatie te kijken en het werk samen veiliger te maken en de verbeteringen uit te voeren.
In sommige gevallen is het nodig om iemand te confronteren met zijn gedrag en duidelijke afspraken te maken.
Word je aangesproken op een onveilige situatie? Zie dat dan niet als een aanval, maar als een kans om het werk samen veiliger te maken. Bedenk dat iemand zich zorgen maakt om jouw veiligheid of gezondheid en waardeer het als iemand anders daarin met je meedenkt.
Veilig werken wordt beoordeeld én beloond binnen Unica. Dat kan door het geven van een compliment aan een collega. En in sommige situaties kan veilig en gezond gedrag op een andere manier worden beloond passend bij de situatie.
Bij het niet naleven van veiligheidsvoorschriften kunnen er ook sancties gelden. De volgende maatregelen kunnen genomen worden:
Mondelinge waarschuwing
Schriftelijke waarschuwing
Ontzegging toegang werklocatie
Afhankelijk van de ernst van de overtreding beslist jouw leidinggevende welke maatregel wordt toegepast. De eventuele verdere consequenties worden in overleg met de directie van het betreffende bedrijf bepaald.
Om het eenvoudig te maken om (bijna) ongevallen en incidenten te melden en alle relevante informatie snel terug te kunnen vinden, is de Veilig Unica App ontwikkeld.
In de Veilig Unica App kun je direct een melding maken en bekijken. Iedere melding is gekoppeld aan een project- of contractverantwoordelijke, dus de melding komt altijd terecht bij de juiste persoon die de melding kan opvolgen. Er zijn 5 soorten meldingen die je via de app kunt doen:
Veilige situatie
Gevaarlijke situatie
Bijna ongeval
Ongeval
Milieu incident
Natuurlijk moet je een situatie die je via de Veilig Unica App meldt, ook altijd te bespreken met de betrokkenen en je leidinggevende zodat een veiligheidsrisico direct kan worden verholpen.
Naast het doen van meldingen, biedt de Veilig Unica App andere functionaliteiten op het gebied van veiligheid, namelijk:
Het uitvoeren van management-, werkplek en bus-inspectie of pand-inspectie;
Het vastleggen van een werkplek introductie;
Het bijwonen (of organiseren door leidinggevende) van bijeenkomsten;
Het lezen en registreren van toolboxen;
De laatste safety flitsen en ander veiligheidsnieuws;
Het uitvoeren van een LMRA;
Het lezen van “Het Blauwe Boekje” en inzien van Veiligheids Instructie Bladen van gevaarlijke stoffen;
Het activeren van de “Alleen werken” module i.g.v. alleen werken.
Unica heeft als algemeen veiligheidsbeleid dat we veilig werken: je werkt veilig of je werkt niet. Hierna per thema de belangrijkste maatregelen om veilig te werken. Verdieping per risico is te vinden in toolboxen en arbocatalogi.
Er zijn eisen aan het veilig werken aan of nabij een elektrische installatie en het veilig uitvoeren van elektrotechnische werkzaamheden.
Alle medewerkers die elektrotechnische handelingen verrichten, dienen hiervoor de benodigde kennis en competenties te hebben. Dit wordt geborgd door middel van de NEN 3140 aanwijzing. Op basis van deze aanwijzing krijgt men bepaalde verantwoordelijkheden en bevoegdheden tot het doen van elektrotechnische handelingen. Alle medewerkers die elektrotechnische handelingen verrichten moeten middels een basis-aanwijzing NEN 3140, aangewezen worden zodat hen bekend is welke bevoegdheid te hebben gekregen. Binnen Unica werken we spanningsloos en volgen daarbij de 5 essentiële Veilige vijf.
Spanningsloos werken is alleen van toepassing als 5 essentiële regels worden gehanteerd, de ‘Veilige vijf’:
Volledig scheiden (dus controleer of een schakelaar ook alle actieve geleiders scheidt
Borgen tegen weder inschakeling. (LOTOTO, veiligheidskaart toepassen)
Spanningsloosheid aantonen (alleen met een dubbelpolige spanningsaanwijzer zoals een duspol)
Aarden en kortsluiten (alleen van toepassing als de voorgaande drie handelingen niet volledig uitsluiten dat er daadwerkelijk geen spanning op de aanraakbare delen kan komen.)
Actieve delen afschermen.
Werken op veilige afstand, dit wil zeggen werken buiten de gevarenzone.
Meten: minimaal 5 cm
Bedienen: minimaal 10 cm
Werkzaamheden: minimaal 50 cm
Binnen deze genoemde afstanden werkt men dus binnen de gevarenzone en dus onder spanning!
Voor meer informatie zie de toolbox: Elektriciteit op de werkplek, Elektrotechnische werkzaamheden en aanwijsbeleid.
Veel van onze werkzaamheden voeren we uit op hoogte daarom is het belangrijk dat we het gevaar op vallen van hoogte voorkomen. Dit begint al tijdens de ontwerpfase, moeten onderdelen echt op hoogte of dicht bij een dakrand geïnstalleerd worden? En hoe zit het met de bereikbaarheid tijdens de onderhoudsfase? Als we op hoogte werken zijn dit de belangrijkste maatregelen om veilig de werkzaamheden uit te voeren. Voor verdere informatie en instructies verwijzen we naar het Unicanet en de Veilig Unica app.
Zorg dat tijdens de werkvoorbereiding de juiste en geschikte hoogwerker wordt geselecteerd.
Bestel de hoogwerker bij de voorkeurleverancier van Unica.
De bedienaar van de hoogwerker is in bezit van een geldig certificaat.
We werken altijd aangelijnd in een hoogwerker.
Hoogwerker is voorzien van geldig keuringsbewijs.
Gebruikshandleiding is beschikbaar op de werkplek.
Hoogwerker is opgesteld op een vlakke en draagkrachtige ondergrond.
Controleer op de aanwezigheid van obstakels ook op hoogte.
Het werkgebied is afgezet.
Test voor gebruik de nood-daalfunctie van de hoogwerker.
Zorg voor iemand op de grond die i.g.v. nood kan ingrijpen.
Er wordt niet bij slechte weersomstandigheden (windkracht vanaf 6 Bft en onweer) gewerkt.
Voor meer informatie zie de toolbox: Veilig werken met een hoogwerker.
Wanneer er gebruik wordt gemaakt van vaste steigers (staal) dan worden deze geplaatst door gecertificeerde steigerbouwers. En worden deze voor gebruik vrijgegeven middels een steigerkaart waarop zichtbaar is wanneer en door wie de steiger is vrijgegeven.
Zie je gebreken aan de steiger meld dit dan direct bij je leidinggevende. Wijzig de configuratie van de steiger nooit zelf.
Degene die de rolsteiger opbouwt, wijzigt en/of afbreekt is in het bezit van een geldig certificaat om deze werkzaamheden te doen.
Lees vooraf de gebruikersinstructies en hanteer deze. Let op dat de afstand tussen de platformen niet meer dan 2,25 meter.
Gebruik alleen rolsteigers waarvan de onderdelen zichtbaar gekeurd zijn.
Gebruik altijd de voorloopleuningen zo voorkom je valgevaar tijdens het op- en afbouwen.
Gebruik kantplanken op het werkplateau.
Gebruik de stabilisatoren.
Gebruik een helm, werkhandschoenen en veiligheidsschoenen, tijdens het op- en afbouwen
Rij nooit met een rolsteiger als er iemand op staat of er losse materialen op liggen.
Zet de omgeving af, voorkom aanrijden.
Er wordt niet bij slechte weersomstandigheden (windkracht vanaf 6 Bft en onweer) gewerkt.
Voor meer informatie zie de toolbox: Veilig werken met rolsteigers.
Kamersteigers (ook wel klap- of vouwsteiger genoemd) worden binnen Unica regelmatig toegepast. Dit type steiger is gemakkelijk in gebruik door de lichte constructie. Volgt men de instructie op, dan is die eenvoudig op te zetten door de beperkte elementen waaruit de steiger bestaat. Als er gewerkt wordt met een kamersteiger zijn er een aantal zaken belangrijk:
Er is rondom een heupleuning aangebracht.
Er zijn stabilisatoren aangebracht.
Het platform ligt niet te hoog.
Zonder zorgvuldige afweging is het gebruik van ladders en trappen als werkplek niet toegestaan. De keuze voor gebruik van ladder of trap voor werkzaamheden is afhankelijk van de hoogte, de complexiteit, de zwaarte, de reikwijdte, de tijdsduur en de mogelijkheid voor een veiliger alternatief
De 10 belangrijkste punten om veilig met een trap te werken:
Zorg ervoor dat je altijd tot op heuphoogte steun hebt aan je trap en sta altijd met beide voeten op de treden.
Minimaal 3 contactpunten bij het beklimmen
Zorg voor een stevige, vlakke, stabiele en voldoende stroeve ondergrond.
Controleer vóór gebruik de staat en keuring van de trap en beoordeel op gebreken en vuil.
Controleer of de trap volledig is uitgeklapt en geborgd
Plaats een trap zo dicht mogelijk bij het werk.
Reik niet te ver opzij tijdens werken op een trap (maximaal tot armlengte).
De krachtuitoefening op trap is max. 10 kg.
De maximale werktijd op trap is 6 uur per dag, waarvan maximaal 2 uur aaneengesloten.
Draag altijd veiligheidsschoenen, voorzien van een goed profiel met een hak. Gebruik geen schoenen met een gladde zool of vervuild profiel.
Een ladder is in basis geen werkplek maar gebruiken we alleen om een hoogte te overbruggen.
Bij wand- en vloeropeningen is het grootste risico het valgevaar van zowel materiaal als personen. Daarom moeten deze sparingen altijd dichtgezet worden op een stevige manier en zijn geborgd tegen verschuiven. Ook mogen deze sparingen zonder overleg niet worden geopend.
Wanneer er op daken moet worden gewerkt is het belangrijk dat het dak op een veilige manier betreden wordt. Het is belangrijk dit vooraf aan de werkzaamheden te beoordelen. Een veilige daktoegang kan zijn:
Een toegangsdeur met een vaste trap.
een dakluik.
(Kooi)ladders.
Trappentoren
Bij het werken op daken moet valgevaar voorkomen worden door het nemen van de juiste beheersmaatregelen. In geval van schuine daken ( > 15 °) moeten onderstaande maatregelen altijd worden aangevuld met collectieve en persoonlijke maatregelen. In de veilige zone mag je werken zonder aanvullende maatregelen zoals bijvoorbeeld aanlijnen. In de onderstaande gevallen spreken we over een veilige zone.
Afstand meer dan 4meter van de dakrand, dit wordt gezien als een veilige zone werkgebied mits gemarkeerd.
Afstand tussen de2 en 4meter van de dakrand, indien fysieke afzetting van 1,0m hoogte aanwezig is op twee meter van de dakrand, mag men in deze zone werken.
Afstand minder dan 2meter van de dakrand, volledig hekwerk / borstwering aanwezig om in deze zone te mogen werken.
Algemene veiligheidsregels bij het werken op platte daken.
Je moet jezelf altijd aanmelden en afmelden bij de contactpersoon op de locatie.
Je moet het dakprotocol en de eventuele aanvullende instructies opvolgen.
Je moet het dak veilig betreden.
Tijdens het uitvoeren van uw werkzaamheden blijf je in de veilige zone.
Wanneer toch buiten de veilige zone moet worden gewerkt moeten maatregelen worden getroffen tegen vallen, waarbij de arbeidshygiënische strategie moet worden gehanteerd.
Zo nodig moet men middels een harnas en lijn zichzelf aanhaken en moet gebiedsbegrenzing worden toegepast. (men moet niet over de dakrand kunnen vallen, dus de lengte van lijn moet qua lengte hierop aangepast zijn.
Voor meer informatie zie de toolbox: Werken op hoogte (platte daken)
Binnen ons werkgebied hebben de meeste incidenten te maken met snijden. Wees je daar bewust van tijdens het uitvoeren van je werkzaamheden. De snijgevaren worden vaak veroorzaakt door:
De Werkplek / omgeving, denk daarbij aan stoten aan de scherpe randen.
De Uitgevoerde werkmethode, denk aan het aansnijden van kabels of op maat maken van onderdelen waarbij op de werkplek gesneden moet worden.
Het materiaal dat verwerkt wordt, scherpe metalen delen geven gevaar op verwondingen.
Het materieel, het gereedschap waarmee gewerkt wordt. Bij het werken met een standaard mes, in plaats van een veiligheidsmes, kan men zich zelf gemakkelijk snijden.
Snijongevallen worden vaak veroorzaakt door het onverstandig en/of verkeerd gebruik van gereedschap, jouw veiligheidsgedrag speelt hierbij dus een belangrijke rol. Daarnaast is het voor veel werkzaamheden aan te raden om veiligheidshandschoenen met een voldoende snijklasse te gebruiken.
Voor meer informatie zie de toolbox: Snijwonden.
Veel stoffen die voor komen op de werkplek vormen een gevaar voor de gezondheid. Ze kunnen het zenuwstelsel en de organen aantasten, huidaandoeningen veroorzaken en de luchtwegen en longen schaden. Soms direct en soms op langere termijn. Volg daarom altijd de instructies in het veiligheidsinformatieblad om blootstelling aan (gevaarlijke) stoffen te voorkomen.
Daarnaast is het belangrijk dat we op een juiste manier omgaan met gevaarlijke stoffen om de impact op het milieu zo klein mogelijk te houden. Denk aan lekkage in de bodem, brand of vrijkomen van de gevaarlijke stof in de lucht.
Binnen Unica komen we op 3 manieren gevaarlijke stoffen tegen:
Gevaarlijke stoffen die we zelf inkopen en gebruiken in onze eigen bedrijfsprocessen.
Op klantlocaties, denk aan onder andere gevaarlijke stoffen die vrijkomen tijdens de bedrijfsprocessen van de klant, derdenof de opslag van gevaarlijke stoffen.
Op klantlocaties waar in de constructie van het gebouw gevaarlijke stoffen zijn gebruikt zoals asbest, kwarts en chroom-6 die vrij kunnen komen tijdens onze werkzaamheden.
Asbest is een kankerverwekkende stof. Daarom dient blootstelling hieraan voorkomen te worden. Het is in Nederland tot 1994 veel toegepast in gebouwen en in installaties. Ga je werkzaamheden uitvoeren aan of in gebouwen/installaties van vóór deze datum let dan op onderstaande maatregelen:
Werk conform het asbestprotocol van Unica.
Informeer voorafgaand aan de werkzaamheden bij de opdrachtgever of er een asbest inventarisatierapport aanwezig is.
Bij aantoonbaar vermoeden, of constatering van aanwezigheid van asbest dan direct het werk stil leggen.
Plaats markeren en afzetten.
Opdrachtgever informeren.
Operationeel leidinggevende inlichten en QHSE informeren.
Bouwpartners/ nevenaannemers inlichten.
Asbestonderzoek (bepalend voor de vervolgacties).
Werkzaamheden pas hervatten na ontvangst/ inzage in rapportage en/of vrijgaverapport waaruit blijkt dat veilig kan worden gewerkt.
(zie voor meer informatie het Asbestprotocol op het Unicanet):
Voor meer informatie zie de toolbox: Asbest.
Chroom-6 is een kankerverwekkende stof en kan ernstige ziekten veroorzaken. De kans om ziek te worden is afhankelijk van hoe (blootstellingsroute b.v. inademing, huidcontact of inslikken), hoe vaak, hoeveel en hoe lang mensen chroom-6 binnen krijgen. Om blootstelling aan Chroom-6 tijdens bewerkingen waarbij stof vrijkomt te voorkomen neem dan onderstaande maatregelen:
Werk conform het Chroom-6 protocol van Unica.
Zorg dat voor de start van de werkzaamheden duidelijk is of er chroom-6 in b.v. verflagen aanwezig is, of ga hiervan uit.
Als Chroom-6 tijdens de werkzaamheden wordt ontdekt leg het werk dan stil en volg het calamiteitenplan Chroom-6.
Gebruik de standaard TRA Chroom-6 die gebaseerd is op het “Beheersregime Chroom-6” hiermee kan je de juiste maatregelen voor jouw werk bepalen.
(zie voor meer informatie het Chroom-6 protocol op het Unicanet):
Voor meer informatie zie de toolbox: Chroom-6.
In de bouw is kwarts te vinden in verschillende materialen zoals bijvoorbeeld beton, kalkzandsteen, cellenbeton, baksteen en cement. Bij de verwerking van deze materialen kan er kwartsstof vrijkomen. Onderzoek heeft aangetoond dat inademing van kwartsstof schadelijk is voor de gezondheid (kan op den duur zelfs leiden tot ernstige longaandoeningen zoals longkanker). Bij Unica wordt de praktische stelregel gebruikt: komt er zichtbaar stof vrij tijdens werkzaamheden, dan zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk. Deze maatregelen zijn:
Werk met stofafzuiging of waterafzuiging en leeg of vervang regelmatig de stofzak/ -opvangbak (op een stofarme wijze).
Indien het gebruik van stofafzuiging niet of niet geheel mogelijk is, gebruik dan P3-adembescherming.
Tijdens en na het slopen het puin bevochtigen
Stofzuigen/ nat dweilen (in plaats van vegen!)
Voor meer informatie zie de toolbox: Kwartsstof.
Gevaarlijke stoffen moeten op verantwoorde wijze worden gehanteerd. Zo zijn er regels voor het opslaan van gevaarlijke stoffen. De regels voor opslag van gevaarlijke stoffen zijn vastgelegd in de PGS 15.
Opslagvoorzieningen moeten voorzien zijn van gevaarpictogrammen van de aanwezige gevaarlijke stoffen, schoon en opgeruimd blijven en vloeistoffen opslaan boven een lekbak. Niet alle gevaarlijke stoffen kunnen samen worden opgeslagen omdat deze kunnen reageren met elkaar.
Voor meer informatie zie de toolbox: Opslag van gevaarlijke stoffen.
Een veiligheidsinformatieblad (VIB) is een gestructureerd document met informatie over de risico's van een gevaarlijke stof of preparaat en aanbevelingen voor het veilig gebruik ervan op het werk. Het bevat alle eigenschappen van het product. Van de gevaren en de chemische samenstelling tot informatie over te gebruiken beschermingsmiddelen, veilig gebruik, transport en afvoer.
De risico's worden op de verpakking aangeduid door middel van één of meerdere pictogrammen. Hieraan zijn gevaarlijke stoffen dan ook herkenbaar en je zult hier dus altijd op moeten letten in de praktijk. Met name tijdens het gebruik.
Naast deze vereiste pictogrammen wordt het gevaar op de verpakking aangeduid middels zogenaamde H-zinnen (Hazard/gevaaraanduiding). De te treffen voorzorgmaatregelen worden aangeduid middels P-zinnen (Precaution/voorzorgsmaatregel).
Lichamelijke belasting, ook wel fysieke belasting genoemd, is de belasting van het lichaam of de lichaamsdelen door krachtlevering, houding en de duur daarvan, zoals:
Tillen (bijvoorbeeld het tillen leidingen, pompen en ander materieel).
Dragen (bijvoorbeeld het lopen met gereedschapskoffer).
Duwen en trekken (bijvoorbeeld het trekken van een kabel).
Ongunstige werkhoudingen (bijvoorbeeld gedraaid, gehurkt, geknield, gebogen, langdurig staan).
Steeds dezelfde bewegingen/krachten (bijvoorbeeld handmatig schroeven indraaien).
Trillingen en schokken (bijvoorbeeld bij het werken met trillend gereedschap als een haakse slijper)
De lichamelijke belasting en de kans op klachten kunnen versterkt worden door:
Gladde ondergrond: daardoor wordt het werk zwaarder en onveiliger.
Obstakels: daardoor wordt de bewegingsvrijheid belemmerd.
Kou en vocht: koude spieren zijn kwetsbaarder voor overbelasting dan warme spieren.
Je gedrag: onder tijdsdruk of uit 'stoerheid' wordt gekozen voor onjuiste en risicovolle handelingen (bijvoorbeeld meerdere zware onderdelen in één keer tillen, omdat dat sneller gaat).
Samen kunnen we de kans op klachten verkleinen door het nemen van een aantal maatregelen, zoals:
Gebruikmaken van hulpmiddelen en niet onnodig bukken of tillen.
Niet teveel ineens tillen, vraag collega's om hulp bij zware en grote voorwerpen.
Let op je houding; niet met gedraaide rug tillen, recht voor de last staan en draaien met de voeten in plaats van de rug.
Houd de last zo dicht mogelijk tegen het lichaam en voorkom reiken.
Beperk de tilhoogte, til zo veel mogelijk tussen heup- en ellebooghoogte.
Voorkom knielen zoveel mogelijk, bijvoorbeeld door de werkhoogte aan te passen.
Werk zo min mogelijk met de armen boven schouderhoogte.
Zorg voor afwisseling in de werkhouding en las pauzes in.
Zorg voor een goede conditie.
Bespreek lichamelijke belasting in het werkoverleg/de toolboxmeeting. Problemen kunnen zo snel worden besproken en opgelost.
Ook beeldschermwerk valt onder fysieke belasting heb jij vragen over de instellingen van je bureau werkplek? Neem dan contact op met een van de preventiemedewerkers.
Voor meer informatie zie de toolbox: Duwen en trekken, Beelschermwerk, Hand en arm trillingen, Tillen en dragen en Werkhouding.
Een kruipruimte is een lage ruimte onder of in een gebouw die veelal bereikt wordt door een zogeheten kruipluik. Gevaren bij het werken in kruipruimte zijn onder andere:
Fysieke belasting (door beperkte bewegingsruimte)
Mechanische inwerking (struikelen, stoten)
Brand- en explosiegevaar
Verstikkingsgevaar (onvoldoende ventilatie, onveilige atmosfeer)
Bedwelmings- en vergiftigingsgevaar (H2S, dampen)
Electrische inwerking (geleidende wanden, vloeren, nattigheid)
Kans op aantreffen asbest
Tijdens incident komt hulpverlening vertraagd op gang.
Ga je werken in een kruipruimte denk dan na over:
Is werken in een kruipruimte noodzakelijk?
Is de vloer voldoende draagkrachtig?
Zijn de afmetingen van de toegang van de kruipruimte groot genoeg?
Gewenste minimale opening luik 62x100 cm
Gewenste minimale hoogte kruipruimte is 80 cm
Gewenste minimale vrije doorgang van een kruipruimte is 60cm
De gewenste maximale afstanden tot een luik zijn 7,5 meter bij een hoogte kleiner dan 80 cm;.
De gewenste maximale afstanden tot een luik zijn 18 meter bij een hoogte groter dan 80 cm.
Is er voldoende licht in de kruipruimte?
Voor bestaande kruipruimte <60cm geldt dat er niet langer dan 1 uur aaneengesloten mag worden gewerkt, daarna minimaal 15 minuten buiten ruimte.
Voor bestaande kruipruimte >60 cm, max. 1,5 uur , daarna minimaal 15 minuten buiten ruimte
Is de kruipruimte schoon en droog?
Is in de kruipruimte een onveilige atmosfeer, rottende materialen, dode dieren o.i.d.? Bij twijfel altijd laten meten.
Zijn er werkmethoden die extra risicovol zijn?
Kan er adequat hulp worden verleend bij calamiteiten?
Voor meer informatie zie de toolbox: Kruipruimte.
Voor onze werkzaamheden komen wij vaak in de technische ruimte waar de installaties zijn opgesteld. Ook technische ruimtes kennen verschillende risico’s zoals struikelgevaar, beperkte ruimte, hete leidingen, stootgevaar en beperkte verlichting.
Een belangrijk risico in technische ruimtes waar verbrandingstoestellen aanwezig zijn (stook- of opstellingsruimte) is het risico op een CO-vergiftiging.
Om onze technici maar ook anderen die mogelijk een stook- of opstellingsruimte moeten betreden te beschermen, is naast goed onderhoud van de installatie, een vaste CO-detectie altijd de beste oplossing. Dat moet dan ook het advies zijn naar onze klanten.
Omdat deze vaste CO detectie in veel ruimtes ontbreekt moet men uitgerust zijn met een individuele CO melder.
Voor meer informatie zie de toolbox: Toegang tot een stookruimte.
EX zone staat voor een gebied of ruimte waar een explosieve atmosfeer aanwezig kan zijn. Een explosieve atmosfeer is een mengsel van brandbare stoffen en lucht. Stoffen zoals (brandbare) gassen en vloeistoffen of stof onder specifieke atmosferische omstandigheden. De combinatie van de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer en een ontstekingsbron kan leiden tot een explosie.
Op klantlocaties kan het voorkomen dat we in een ATEX zone gaan werken. Zorg dan dat je vooraf op de hoogte bent van de regels die binnen deze zone van toepassing zijn. Welke gereedschappen en middelen je mee mag nemen. En welke normering de componenten nodig hebben die wij in de ruimte gaan installeren.
Veel afspraken staan in het explosieveiligheidsdocument (EVD) dat door de klant moet worden opgesteld en waarvoor deze ons moet informeren.
Zorg dus dat je op de hoogte bent van de afspraken voordat je een ATEX zone betreed.
Voor meer informatie zie de toolbox: Veiligheidsschoeisel voor in ATEX-omgevingen.
Wetenschappelijk staat vast dat bij langdurige blootstelling aan te veel lawaai het gehoororgaan langzaam maar zeker wordt aangetast. Het gevolg is een gehoorbeschadiging. Dit kan al optreden bij een regelmatige blootstelling aan geluidsniveaus boven de 80 dB. Het oor is een complex orgaan waar we voorzichtig mee moeten zijn. Gehoorschade door lawaai is onomkeerbaar en kan leiden tot levenslange aandoeningen zoals: oorsuizen (tinnitus), geluidsvorming & gehoorverlies
Om gehoorschade te voorkomen moet er altijd gehoorbescherming gedragen worden bovern de 80 dB. In het PBM-pakket van Unica zijn diverse vormen van gehoorbescherming beschikbaar.
Voor meer informatie zie de toolbox: Gehoorbescherming.
Een ‘alleen’-werker loopt, over het algemeen, dezelfde risico’s als een werknemer die dezelfde werkzaamheden in het bijzijn van meerdere personen uitvoert. Er is echter voor de alleen werker een extra risico omdat de hulpverlening in geval van een calamiteit vertraagd op gang kan komen. Gebruik daarom de module ‘alleen werken’ in de Veilig Unica app.
Werkzaamheden die volgens de voorschriften niet alleen uitgevoerd mogen worden zijn:
Werken in besloten ruimten, zoals o.a. kruipruimtes;
Werken onder overdruk (duikwerkzaamheden);
Werken met hoogspanning (boven de 1000 volt wisselspanning of 1500 volt gelijkspanning);
Bij werkplaatswerkzaamheden (lassen, snijden, zagen e.d.);
Werkzaamheden met grote hoeveelheden zeer reactieve, bijtende, zeer ontvlambare, explosieve of acuut toxische stoffen, sterke zuren en basen;
Werkzaamheden met open vuur in combinatie met gevaarlijke stoffen;
Andere risicovolle werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld werken in een hoogwerker.
Daarnaast is het volgens voorschriften niet toegestaan dat de volgende medewerkers alleen werken:
Jongeren onder de 18 jaar.
Medewerkers met gezondheidsrisico’s, zoals epilepsie, overgewicht of personen die medicijnen gebruiken die het reactievermogen beïnvloeden (in geval van twijfel voorleggen aan de bedrijfsarts).
Medewerkers met onvoldoende opleiding voor de uit te voeren werkzaamheden.
Zorg wanneer je ‘alleen-werker’ bent, dat je altijd iets hebt georganiseerd waardoor iemand anders hulp kan inschakelen als jij dat zelf niet meer kunt.
Er zijn weersomstandigheden die de werkzaamheden en jouw veiligheid beïnvloeden of zelfs gevaarlijk maken. Voorbeelden hiervan zijn onweer (electrocutie), regen en vorst (uitglijden en vallen), warmte (flauwvallen), wind (wegwaaiende en vallende voorwerpen) en koude (bevriezing). Daarom is het belangrijk dat er met weersomstandigheden rekening wordt gehouden tijdens de planning en uitvoering van de werkzaamheden.
Weerswaarschuwingen.
Het KNMI geeft regelmatig weerswaarschuwingen af. Houd hier rekening mee bij de uitvoering van je werkzaamheden. Maar ook als je onderweg bent van of naar je werk.
Als er bijvoorbeeld windstoten of storm wordt verwacht kan dit invloed hebben op het werken op daken, hoogwerkers, hijswerkzaamheden. Maar denk ook aan het goed vastzetten van materialen die buiten zijn opgeslagen.
Bij het werken in de zon en hoge temperaturen is er risico op concentratieverlies, verbranding en UV-straling en hitteletsel (o.a. zonnesteek)
Er zijn geen maximale temperaturen waarbij je binnen of buiten mag werken. Dat komt omdat ook factoren als luchtvochtigheid, de warmtestraling en de wind een rol spelen bij hoe warm het buiten en binnen aanvoelt. Hierdoor is het lastig vooraf vast te stellen onder welke omstandigheden de gezondheid schade oploopt.
Welke maatregelen kun je vooraf nemen?
Je bent zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de verkregen beschermende kleding.
Zorg voor schaduw of beschutting. Probeer de zon in ieder geval tussen 12.00 en 15.00 te vermijden door werkzaamheden anders in te plannen.
Vermijd warmte producerende machines en warme ruimtes.
Aanpassen werkzaamheden, werktijden en het werktempo.
Vaker pauze houden.
Voldoende drinken (water of kokoswater).
Gebruik zonnebrand bij het werken in de zon.
Afvoeren warmte door aanbrengen van ventilatie.
Aanschaffen van persoonlijke beschermingsmiddelen (bijv. nekflap, koelvesten of een zonnebril).
Tijdens herfst- en winterweer zijn de volgende risico’s mogelijk:
Blootstelling aan koude (onderkoeling/bevriezing);
Slechte bereikbaarheid van de werkplek door donkere dagen (struikelgevaar);
Uitglijgevaar door bevroren/gladde ondergrond;
Gevaren in het verkeer. (o.a. donker, mist, sneeuw en ijzel)
Welke maatregelen kun je vooraf nemen?
Voorkom gladheid en uitglijgevaar (b.v. gladheidsbestrijding, looppaden vrij van sneeuw- en ijs)
Voorkom onderkoeling en bevriezing (b.v. winterkleding, reservekleding, pauzeruimte verwarmen, extra pauze en waterdichte en dampdoorlatende overkleding)
Voorkom bevriezing van materieel en materialen.
Voorkom aanrijdgevaar.
Zorg voor een goed verlichte werkomgeving.